João Colagem - recensies - Wonderlijm

een afbeelding van de collage waar deze recensie over gaat

Wonderlijm.*

Als er één andere beeldend kunstenaar is, aan wie het werk van João Colagem me onwillekeurig doet denken, is dat René Magritte. Niet de René Magritte van Les mots et les images (1928), de René Magritte van de intellectuele beeldraadsels maar de Ongrijpbare en romantische Magritte, die zelf geen verklaringen kon aanvoeren voor het feit dat hij een plak ham op een bord voorzag van een oog (in plaats van bijvoorbeeld een mond of een neus) of dat hij de zitting van een stoel voorzag van de staart van een leeuw (in plaats van bijvoorbeeld een geweerloop). Magritte leefde in het besef dat sommige dingen op duistere wijze met andere dingen verbonden zijn, dat dingen elkaar bij wijze van spreken al ‘kennen’, maar dat dit ‘kennen’ verloren lag op de bodem van zijn denken. Al schetsend en schilderend probeerde Magritte die verloren kennis te ontdekken door eindeloos dingen met elkaar te combineren.

Zo is het ook met João Colagem, alleen is zijn gereedschap geen tekenstift of penseel maar schaar en lijmkwast. João Colagem heeft ontdekt dat onderarmen en onderbenen vervangen kunnen worden door vorken, dat menselijke gestalten soms niets anders zijn dan pratende monden of wandelende ledematen, dat uit de schedel van een baby een gifslang met de kop van een piranha geboren kan worden, dat een pekingeend en een zanglijster samen een geloofwaardig creatuur vormen.

Net als in het werk van Magritte, kun je ook in het werk van João Colagem eindeloos zoeken, tasten en graven naar betekenissen. Je kunt waarschijnlijk even lang speuren naar verklarende gebeurtenissen in het leven van João Colagem – die ik maar één keer heb ontmoet – en proberen de raadselen en geheimen van zijn voorkeuren en preferenties te ontsluieren, zijn bronnen van verbijstering bloot te leggen. De simpele waarheid is vermoedelijk dat je er op die manier nooit komt en dat het veel vruchtbaarder is de collages van João Colagem voor zichzelf te laten spreken en de sleutel tot het geheim bij jezelf te zoeken. Ook in het onderbewuste van elk van ons, toeschouwers, liggen immers droombeelden opgetast, voorstellingen waarin onze angsten en verlangens op een absurde wijze versmolten zijn met iets dat we vagelijk herkennen als ‘realiteit’. We kunnen die angsten en verlangens in onszelf meestal wel benoemen. Daar hoeven we niet persé voor op de divan van de psychiater te liggen. Maar we weten allemaal dat die angsten en verlangens in onze dromen op een onnavolgbare, associatieve en ongerijmde manier met de werkelijkheid aan de haal gaan. Het heel precies ontleden en analyseren van die surrealistische droombeelden heeft geen zin omdat we dan uiteindelijk achterblijven met een handvol zinloze scherven. De wonderlijm moet uit onszelf, niet uit een tube komen.

Peter Zwaal (schrijver)

* Deze tekst is geschreven voor de tentoonstelling bij “stadsmuseum IJsselstein” op 3 januari 2006