João Colagem - recensies - Spreken is zilver, kijken is goud

een afbeelding van de collage waar deze recensie over gaat

Spreken is zilver, kijken is goud.*

Een tekst over beeldende kunst schrijven is uit der aard der zaak onmogelijk. Waarom? Er is een wezenlijk verschil in media. Als iemand er bewust voor kiest om zijn verhaal op een visuele manier te verbeelden, kan orale of schriftelijke uitleg daarvan slechts tweedehands, want in een ander medium, zijn en nooit recht doen aan het beeld zelf. Ik ben niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste die dit opmerkt. De bekende uitspraak van Wittgenstein: “Waar men niet over kan spreken, moet men over zwijgen”, is in dit verband veel betekend. Een kunstwerk moet voor zichzelf spreken een daarmee lijkt alles gezegd.
Gelukkig voor mij spreekt het werk van João Colagem inderdaad voor zichzelf. Het werk “Voor elk wat wils” dat op de uitnodigingskaart prijkt, toon ons overal open monden - en die monden spreken. Hier worden we meteen geconfronteerd met een talent van de kunstenaar. Hij weet zijn medium optimaal te benutten. Zelden heb ik naar een collage gekeken en daarbij zoveel lawaai gehoord. Het schijnt mij toe dat de schedel onderaan hol lacht, de twee grote monden daarboven uit volle borst zingen, de vliegende mondfiguren zingen en/of door elkaar schreeuwen en het konijn/kind een angstige gil slaakt. João overstijgt zijn visueel medium, suggereert een kakofonie, creëert letterlijk sprekende beelden.

“Sprekende beelden.”Wat een verrukkelijke paradox. Nu ik “Voor elk wat wils” bestudeer schiet me er nog te binnen: “beeldkakofonie”. Als ik naar João’s werk kijk, hoor ik niet alleen een kakofonie, ik zie ook een overdaad aan beelden. Die kakofonie is tekenend. Net als de monden een terugkerend motief zijn, is ook het effect van de beeldkakofonie een terugkerend fenomeen. Er gebeurt zo veel in het werk van João. In “Voor elk wat wils” zien we de objecten vliegen, vallen, buitelen, tasten, grijpen, zwaaien, kauwen. Het duizelt ons. Het werk is van een on-Hollandse, barokke kwaliteit. João lijkt zijn werk te componeren op het ritme van de samba. Een samba die echter soms - ongemerkt haast - overgaat in een dance macabre.

Maar het duizelt ons nog een reden: de collagetechniek. De kunstenaar speelt een spel met fragmenten. Hij verwart ons met al die lichaamsdelen, objecten en artefacten die uit hun context zijn gelicht. Afzonderlijk zijn ze nog wel te herkennen, maar samengevoegd in nieuwe configuraties schijnen ze een niet altijd even gemakkelijk te doorgronden verhaal te vertellen. Knippen en plakken. Wie heeft het niet gedaan op de kleuterschool? Max Ernst waarschijnlijk.
In ieder geval deed hij het later. Toen hij inmiddels volwassen en één van de voormannen van de surrealistische beweging was. Ernst verknipte negentiende eeuwse prenten en maakte er Alice-in-Woderland achtige afbeeldingen van. Allen als handeling al geheel in de anti-burgerlijke lijn van het surrealisme en Dada; hij verknipte letterlijk de burgerlijke negentiende eeuw en verving die voor een fantasierijkere, vrijere wereld.

Ziehier, waar João Colagem, niet alleen in techniek maar vooral ook in betekenis, aansluit bij een twintigste eeuw kunsttraditie. Want waarom knipt en plakt hij tot hij een nieuwe tekst heeft? Wat is er mis met de oorspronkelijke illustratie, de oude tekst? Wat is het verhaal dat hij vertellen wil? Net als het surrealisme, bij Dada en nog veel meer twintigste eeuwse kunststromingen is veel van João’s werk een commentaar op burgerlijke normen en waarden. Hij toont de keerzijde van de burgerlijke maatschappij. De gedrochten die schuilen in de hoofden van de mensen die, die maatschappij vormen en beheersen geeft João, als een hedendaagse Jeroen Bosch, vorm. João Collages doen dat op listige wijze; via de list van de kunst. Want een boodschap is slechts een boodschap. Wie heeft daar boodschap aan, wie neemt notie van vervelend nieuws als zijn wereld - aan de oppervlakte - gewoon doordraait? Daarom dient een boodschap goed verpakt te worden. Maar; een goed verpakte boodschap alleen is zelden kunst. Dit realiseert João zicht uitermate - en of dit bewust of intuïtieve reactie is, doet voor mij niet ter zake. Feit is dat het gebeurde. Dat hij constant bezig is de goede vorm voor inhoud te vinden. Dat het hem lukt vorm en inhoud naadloos aan te laten sluiten. Vorm is inhoud en inhoud is vorm. Om even te dalen naar een meer concreet niveau.

Het ontlokt mij een sardonische glimlach te zien dat het materiaal voor de collages afkomstig is uit allerlei glossy magazines en folders, bij uitstek de vertegenwoordigers van onze huidige hedonistische consumptiemaatschappij - de post - industriële variant van de burgerlijke samenleving. Dat is het ene deel van de list. Het andere is dat João’s werk qua techniek (bijv. De perfecte afwerking) en kleurgebruik hoogst esthetisch is. Het is buitengewoon mooi werk en daarmee verlaat hij de glossy’s met hun eigen middelen.

En dan een laatste opmerking. Niets in deze wereld is zeker. Zeker het commentaar van een kunstexegeet. Meningen komen en gaan. Een kunstwerk heeft altijd meer dan één betekenis.
Een kunstenaar ontwikkelt zich (zo is het meest recente werk van João persoonlijker).

Geef uw ogen - zeker als het om kunst gaat - goed de kost en onthoud:
spreken is zilver maar kijken is goud.

Gideon Wille (kunsthistoricus)

* Dit is een bewerking van een toespraak bij de opening van de eerste tentoonstelling van João Colagem, uitgesproken op 24 mei 1998 in galerie “De Lochting” te Venray.