João Colagem - recensies - Huid en draden

een afbeelding van een kunstwerk uit de serie waar deze recensie over gaat

Huid en draden.*

De wortels van kunstenaar João Colagem (1967) liggen in Goiânia, de Braziliaanse miljoenenstad waar hij bijna dertig jaar van zijn leven heeft gewoond en waar hij naam maakte als schepper van wonderlijke surrealistische collages. Schaar en lijmkwast vormen João’s favoriete gereedschap. Niet voor niets signeert hij zijn werk met de programmatische schuilnaam ‘Colagem’.

Voor veel van zijn collages gebruikt João foto’s die afkomstig zijn uit tijdschriften en boeken over klassieke schilder- en beeldhouwkunst. Die foto’s worden vaak danig verknipt net zo lang tot één of meer fragmenten resteren die door João op mysterieuze wijze zijn ‘herkend’. Vervolgens worden beeldfragmenten eindeloos met elkaar gecombineerd, geschikt en weer herschikt, net zo lang tot een compositie ontstaat waarvan kan worden gezegd dat de verschillende onderdelen elkaar als het ware ook hebben ‘herkend’.

De zes collages hebben met elkaar gemeen dat ze naast knipsels ook bestaan uit draden. Die draden zijn niet zomaar speelse toevoegingen maar vervullen tevens een belangrijke compositorische functie. Loop eens langs de collages ter bepaling van de functie van die draden. De draad is een evenwichtskoord waarop een amalgaam van menselijke en dierlijke ledematen zichtbaar zoekt naar een balans. De draad is het springtouw van enkele gracieus ineengevlochten circusacrobaten. De draad is een schietlijn waarmee twee versmolten bronzen zichzelf in het lood trachten te zetten. De draad is een meanderende levenslijn die de turbulenties én de eindigheid van het menselijk bestaan weerspiegelt.

Zoals bijna altijd is er ook veel huid te zien in de collages van João. De stad Goiânia kwam onlangs in het wereldnieuws toen bekend werd gemaakt dat er medio 2007 seksegescheiden stadsbussen zullen gaan rijden in de ochtend- en avondspits. Met dit besluit hoopt Goiânia een einde te maken aan de praktijk dat vrouwen in de overvolle stadsbussen heimelijk worden betast en gestreeld door hun mannelijke medepassagiers. Klaarblijkelijk kennen de mannen van Goiânia hun grenzen niet, waardoor het stadsbestuur thans optreedt als hoeder van het fatsoen. Aanschouw het geworstel en gewervel, het gewriemel en gewrijf van handen en voeten, armen en benen, vingers en tenen in de collages van João Colagem. Het is zo vol van aanrakingen en strelingen. Waarover anders spreken al die aanrakingen en strelingen, dan van een onstuimig hypersensueel gemoed, een gemoed dat alleen een man van Goiânia betaamd die veel in volle bussen heeft vertoefd…

Peter Zwaal (schrijver)

* Deze tekst is geschreven voor de tentoonstelling bij “stadsmuseum IJsselstein” op 7 december 2006