João Colagem - recensies - Droomgestalten

een afbeelding van een kunstwerk uit de serie waar deze recensie over gaat

Droomgestalten.*

João Colagem (1967) is een Rotterdamse kunstenaar van Braziliaanse komaf. Zoals zijn schuilnaam reeds aangeeft excelleert hij vooral in het medium collage: niet penseel en potlood maar schaar en lijmkwast vormen zijn favoriete gereedschap. Kunstliefhebbers en critici plaatsen zijn werk doorgaans in de surrealistische traditie.

In bepaalde opzichten doen de collages van João Colagem sterk denken aan de schilderijen van René Magritte (1898-1967). Magritte leefde in het besef dat sommige dingen op duistere wijze met andere dingen verbonden zijn, dat dingen elkaar bij wijze van spreken al ‘kennen’, maar dat dit ‘kennen’ verloren lag op de bodem van zijn denken. Al schetsend en schilderend probeerde Magritte die verloren kennis te ontdekken door eindeloos dingen met elkaar te combineren. Zo is het ook met João Colagem. Hij schept beelden die opborrelen vanuit zijn onderbewustzijn. Aan die beelden liggen soms duidelijke angsten, fantasieën en verlangens ten grondslag maar ook gevoelens en emoties die hijzelf niet helemaal doorgrondt. Voor veel van zijn collages gebruikt João foto’s uit tijdschriften en kunstboeken. Die foto’s worden vaak danig verknipt net zo lang tot één of meer fragmenten resteren die door João op mysterieuze wijze zijn ‘herkend’. Vervolgens worden beeldfragmenten van soms zeer verschillende herkomst eindeloos met elkaar gecombineerd, geschikt en weer herschikt, net zo lang tot een compositie ontstaat waarvan kan worden gezegd dat de verschillende onderdelen elkaar als het ware ook hebben ‘herkend’.

Neem de kleine serie van drie balletcollages op deze expositie. Voor deze collages is een 25-jaar oud fotoboek over het Russische Kirov-ballet totaal gedemonteerd en verknipt. Dat fotoboek poogde in grofkorrelige zwartwit beelden de onsterfelijke gratie en perfectie vast te leggen van prima ballerina’s en sterdansers als Irina Kolpakova, Galina Mezentseva, Olga Likhovskaya en Sergei Berejnoi. Wat João Colagem in het fotoboek echter vooral trof was de imperfectie en ontoereikendheid van het geheel. Niet alleen de grofkorreligheid van de foto’s maar ook het machteloze streven om danskunst vast te leggen in zo’n bij uitstek statisch medium als het boek. In de drie hier getoonde ‘Kirov-collages’ heeft João Colagem getracht het wezen en de essentie van klassieke dans te bevrijden uit het keurslijf van het boek. Hij heeft uit een veelvoud van ‘bevroren dansbeelden’ een drietal nieuwe dansbeelden gecreëerd, beelden die geenszins de pretentie hebben perfectie vast te leggen maar juist verslag willen doen, zoals hij dat zelf zegt, “van de ademloze bewondering en verwondering die mij overvalt als ik naar perfectie kijk”.

Op dezelfde onverschrokken wijze zet João Colagem de schaar in foto’s die ooit gemaakt zijn om ons op één of andere wijze erotisch te verleiden. Bang als de meesten van ons zijn om een verleidelijke foto te verminken en daarmee een dagdroom of fantasie om zeep te helpen, gaat João met zijn schaar juist onverdroten op zoek naar wat precies die zinnenprikkeling bij hem teweeg heeft gebracht. Het kan een oogopslag zijn, een gezichtsprofiel, een half geopende mond. Vaak ook zijn het armen en benen. Ze worden uitgeknipt en bijgeknipt, met elkaar geconfronteerd en in contact gebracht, voorzien en desnoods weer ontdaan van attributen, geplaatst in een landschap waarvan alle onderdelen eveneens onderhevig zijn aan schikking en herschikking. Alles in de hoopvolle verwachting dat op enig moment een ‘droomgestalte’ ontstaat die – hoe onwaarschijnlijk zijn fysieke voorkomen en habitat ook moge zijn – in diepste wezen echter is dan de ‘schijngestalten’ uit de wereld van reclame en porno welke als donoren hebben gefungeerd.

Peter Zwaal (schrijver)

* Deze tekst is geschreven voor de tentoonstelling bij kunstcafé “witte muur” (COC Rotterdam) op 10 oktober 2006